Joke Kruiter - wat levert het nu op?

31 januari 2011

In Nederland, en ook in omringende landen, wint de brede school aan terrein. Veel professionals zetten zich enthousiast in om de kansen van kinderen te vergroten door met elkaar samen te werken. Maar wat levert dat nu precies op? En is het voor een kind beter om naar een brede school te gaan dan naar een niet-brede school? Oberon doet hier samen met Sardes en ITS onderzoek naar. Joke Kruiter van Oberon vertelt over de Landelijke Effectmeting Brede Scholen.

“Vanaf midden jaren ’90 zijn er brede scholen ontstaan in Nederland. De brede school ontwikkeling neemt op dit moment een enorme vlucht. Bijna alle gemeenten in Nederland hebben wel een brede school. We weten wel iets over het feit of brede scholen tot meer samenwerking leiden, maar we weten nog niet wat de effecten van brede scholen voor kinderen zijn. Worden ze er gezonder van? Leren ze er meer van? Weten ze meer van kunst en cultuur? Elke brede school heeft een andere doelstelling, maar we weten niet of die doelstellingen worden gerealiseerd. Daarom doen we nu, in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, een meting naar de effecten van brede scholen.”

In december 2009 ging de effectmeting van start. Naar verwachting is het onderzoek in de zomer van 2013 klaar. Joke legt uit hoe de effectmeting is opgezet. “Aan het onderzoek doen nu ongeveer 30 brede en 30 controle scholen mee. Controlescholen zijn scholen die niet breed zijn en die ook niet breed willen worden. De schoolresultaten van de leerlingen op de controlescholen zetten we af tegen de resultaten van leerlingen op de brede scholen. We kijken dus hoe leerlingen op de brede scholen zich ontwikkelen ten opzichte van de leerlingen op de controlescholen. De eerste meting is gehouden in het voorjaar van 2010 in de groepen 3.5 en 6 van de deelnemende scholen. Bij de tweede meting zijn dat de groepen 4,6 en 7 en bij de laatste meting de groepen 5,7 en 8. Als een school meerdere parallelklassen heeft, doen we de meting maar in één klas.”

Niet alle brede scholen kunnen deelnemen aan het onderzoek. Er zijn een aantal eisen waar de scholen aan moeten voldoen. “Een brede school moet al minimaal drie jaar brede school zijn en moet minimaal drie jaar brede schoolactiviteiten aanbieden voor minstens 120 uur per jaar. Daarnaast moet de school gebruik maken van een CITO-leerlingvolgsysteem omdat we aan de hand daarvan de leerprestaties van de leerlingen vergelijken met de leerprestaties van de leerlingen van de controlescholen. Tot slot moet het een brede school zijn met een kansen- en/of verrijkingsprofiel.”

Om een goed beeld te krijgen van de  ontwikkeling van de kinderen worden een aantal dingen gemeten. Allereerst is dat de deelname. “We kijken welke leerlingen meedoen aan welke activiteiten. Voor leerkrachten is het altijd een gedoe om dat met lijstjes bij te houden, daarom maken we gebruik van het BarTrack Brede Schoolpakket. Dat is een systeem met barcodes. Alle kinderen krijgen een pasje met een streepjescode. Voordat kinderen deelnemen aan een activiteit, wordt dit pasje gescand. Zo krijgen we een overzicht van activiteiten waar kinderen aan deelnemen. De kinderen en ouders vullen daarnaast  een vragenlijst in over de activiteiten waar ze aan deelnemen. We willen graag weten welke activiteiten ze via de brede school volgen en welke niet. En wat de reden is dat ze aan de activiteit deelnemen. Is dat bijvoorbeeld omdat ze het leuk vinden of omdat het verplicht is?”

Deelname aan activiteiten vormt een onderdeel van het onderzoek, maar er wordt ook gekeken naar de CITO-gegevens van leerlingen. “Dit geeft aan hoe de leerlingen scoren op het gebied van de woordenschat, begrijpend lezen en rekenen. Het derde onderdeel van het onderzoek richt zich op het sociaal-emotioneel functioneren van de leerlingen. Hiervoor vullen de leerkrachten over alle kinderen een vragenlijst in. Tot slot brengen we het proces van de samenwerking op de school in beeld door middel van interviews met de leidinggevende van de school en door een vragenlijst af te nemen bij de leerkrachten van de deelnemende klassen. We vergelijken alle gegevens die we op brede scholen en niet brede scholen verzamelen. Op die manier proberen we grip te krijgen op het effect van brede scholen.”

Met alleen het meten van een effect is het onderzoek nog niet klaar. “Als we een effect meten, willen we weten wat daar de oorzaak van is. Komt het doordat een school breed is of heeft het een andere oorzaak? Over het algemeen hebben we het idee dat brede scholen beter zijn voor kinderen, maar we hebben er geen bewijs voor. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in brede scholen, zonder precies te weten wat het effect is. Als je weet wat het effect is, dan weet je of je op de goede weg zit of dat je een beetje bij moet sturen om het gewenste resultaat te bereiken.”

Het onderzoeksteam maakt tussentijdse rapportages voor het Ministerie van OCW en volgend jaar rond deze tijd volgt er een publieke evaluatie. Joke kan al wel vertellen dat er verschillen zijn tussen de brede scholen en de controle scholen, maar waar dat door komt is nog niet bekend. Hiervoor moeten we de eindrapportage in de zomer van 2013 afwachten.

Nieuw boekje

31 januari 2011

Een nieuw praktisch boekje! Als hulp en inspiratiebron. Over werken aan en in een kindcentrum. Juist voor hen die dagelijks werken voor kinderen.
Bestel het hier.

Nieuws op {Breed}

31 januari 2011

Columns van Job

31 januari 2011

17 oktober 2017
06 september 2017

Op de kaart

31 januari 2011

kaart van alle Brede Scholen en IKC's. Staat u er al bij?

Twitter (breed}!

Nieuwsbrief

31 januari 2011

{Breed}, tweewekelijks in uw mailbox! U kunt zich hier aanmelden.

javhide.com sexsut.com