Begrippenlijst

Wie voor het eerst te maken krijgt met de brede school wordt wellicht overvallen door de vele termen en afkortingen die er worden gebruikt rondom de brede school. Het gaat daarbij om begrippen die betrekking hebben op de inhoud van de brede school, maar ook op de verschijningsvorm. Op deze pagina vindt u een overzicht van veelgebruikte begrippen rond de brede school. Door op een term te klikken, ontsluit u de bijbehorende definitie. Wilt u graag meer uitleg over een begrip dat nog niet in onze lijst staat vermeld? Meld het ons dan op ditis@bredeschool.nl

Toon alles / Verberg alles

FAQ uit/inklappen

Achterstandenprofiel

In 1999 is de eerste inventarisatie van brede scholen verricht. Daarin werden vijf typen brede school onderscheiden: het onderwijsachterstandenprofiel, het verrijkingsprofiel, het zorgprofiel, het opvangprofiel en het wijkprofiel. Het achterstanden- of kansenprofiel richt zich op het bestrijden van onderwijsachterstanden, het bieden van verrijkingsmogelijkheden en zorg. Deze brede scholen bevinden zich meestal in achterstandswijken. De kinderen die deze scholen bezoeken hebben achterstanden in taalontwikkeling, kennis van de wereld en de interactie met de ouders.

FAQ uit/inklappen

Bioritme-model

In de brede school worden de oude schooltijden vaak losgelaten en wordt gekozen voor een ander lesrooster. Bij het bioritme-model volgt het leren het bioritme van de kinderen, het onderwijs maakt gebruik van de momenten van maximale alertheid (10-12 uur voor leren en presteren en 14.30 -16.30 voor repeteren). Er zijn bovendien extra lange middagpauze met sport, cultuur en andere activiteiten, verzorgd door de kinderopvang of andere organisaties. Leerkrachten gebruiken de lange middagpauze voor voorbereiding, vergadering, bijscholing. Voor kinderen van werkende ouders is er na schooltijd opvang.

FAQ uit/inklappen

Brede school

Brede scholen zijn er in vele soorten en maten, maar de basisprincipes zijn grotendeels hetzelfde: “Een brede school is een samenhangend netwerk van toegankelijke en goede voorzieningen voor kinderen, ouders en buurt, met de school als middelpunt. Er is sprake van een structurele samenwerking tussen scholen en één of meerdere instellingen voor kinderopvang, welzijn, zorg, cultuur en sport. Er is een gezamenlijke visie en een doorgaande lijn in de werkwijze. Bovendien is er een organisatorische en financiële verankering in het beleid en de uitvoering van de betrokken organisaties.

(Handboek brede school, 2007).

FAQ uit/inklappen

Buurtprofiel

Brede scholen werken vaak met profielen. In het buurtprofiel wordt een aantal voorzieningen bijeengebracht die voor de buurt belangrijk zijn. Een belangrijke doelstelling is het bevorderen van sociale samenhang. Ook het in stand houden van het voorzieningenpeil is vaak een doelstelling, met name in landelijke gebieden waar voorzieningen door schaalvergroting verloren dreigen te gaan.

(Handboek brede school, 2007).

FAQ uit/inklappen

CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin)

Iedere gemeente heeft sinds 2011 een Centrum voor Jeugd en gezin (CJG): een herkenbaar inlooppunt in de buurt, waar ouders en jongeren terecht kunnen met hun vragen over gezondheid, opgroeien en opvoeden. Een CJG biedt advies, ondersteuning en hulp op maat. Deze website is bedoeld voor de professionals, coördinatoren/leidinggevenden en beleidsmedewerkers die betrokken zijn bij het CJG of bij een partnerorganisatie: gemeente, jeugdgezondheidszorg, maatschappelijk werk, bureau jeugdzorg, onderwijs en andere beroepsgroepen.

(Bron: www.cjg.nl)

FAQ uit/inklappen

Combinatiefunctie

De ‘Impuls brede scholen, sport en cultuur’ is door de bewindslieden van VWS en OCW, vertegenwoordigers van de VNG, NOC*NSF, Verenigde Bijzondere Scholen (VBS) en de Cultuurformatie op 10 december 2007 ondertekend. Met deze handtekening verklaarden de partijen dat zij deze Impuls tot een succes willen maken. De Impuls steunt gemeenten die een combinatiefunctionaris willen aanstellen. In 2012 zullen er 2250 combinatiefunctionarissen werkzaam zijn in de sectoren onderwijs, sport en cultuur. Een combinatiefunctie is een functie waarbij een werknemer in dienst is bij één werkgever maar werkzaam is voor twee of meer sectoren: in dit geval onderwijs, sport en/of cultuur. Met combinatiefuncties wordt de verbinding en samenwerking tussen sectoren versterkt. Hierdoor wordt het binnen- en buitenschoolse onderwijs-, sport en cultuuraanbod verrijkt en beter op elkaar afgestemd.

De combinatiefuncties leiden tot:
•    meer sport- en cultuuraanbod op en om de brede school in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs (dat kan dus ook zijn: bij de sportvereniging of de culturele instelling),
•    de ontwikkeling van meer brede scholen met een sport- en cultuuraanbod, om te beginnen in de 40 krachtwijken
•    de versterking van ca. 10% van de sportverenigingen, zodanig dat deze niet alleen in staat zijn de leden te bedienen, maar ook iets kunnen betekenen voor het onderwijs, de naschoolse opvang, de wijk en/of specifieke (inactieve, kwetsbare) doelgroepen.

Bron: www.combinatiefuncties.nl

FAQ uit/inklappen

Continurooster

Het schoolbestuur van een basisschool bepaalt zelf – met instemming van de ouders – de schooltijden en de verdeling van uren tussen de onderbouw en bovenbouw. Als het minimumaantal lesuren van groep 1 tot en met groep 8 maar 7.520 uur bedraagt. Ook het lesrooster en de pauzetijden mag de school bepalen. Er is geen maximumaantal uren onderwijs per dag. Wel moet de basisschool zorgen voor een evenwichtige verdeling van de activiteiten over de dag. Ouders kunnen in de schoolgids lezen hoe dit op de basisschool van hun kind is geregeld. Scholen zijn verplicht informatie over de schooltijden en onderwijstijd in de schoolgids te publiceren. Bij een continurooster gaan kinderen tussen de middag niet meer naar huis om te eten, dat wordt op school gedaan. 

FAQ uit/inklappen

Dagarrangement

Scholen zijn wettelijk verplicht om voor- tussen en naschoolse opvang te organiseren als ouders dat wensen. Hierdoor is het voor ouders mogelijk hun kind tussen 7.30 en 18.30 uur op school te laten zijn. De brede school biedt voorschoolse opvang, onderwijs, tussenschoolse en naschoolse opvang. Zo’n geheel aan opvang, onderwijs en vrijetijdsactiviteiten wordt ook wel een dagarrangement genoemd.

(Handboek brede school, 2007).

FAQ uit/inklappen

Doorgaande lijn

Een van de kenmerken van de brede school is het werken aan de doorgaande lijn. In feite betekent dat het afstemmen van activiteiten van de verschillende instellingen en weten van elkaar wat de situatie van een leerling is. Doorgaande lijnen zijn  er in verschillende vormen. Het kan gaan om afstemming van cultuur of sport binnen- en buitenschoolse, maar het kan ook gaan om afstemming van de zorg, of zorgen voor een ononderbroken pedagogische aanpak. (Zicht op de brede school 2007-2008, p. 184.)

FAQ uit/inklappen

Integraal kindcentrum

Een integraal kindcentrum (IKC) is een verschijningsvorm van een brede school. Het IKC wordt gezien als een voorziening voor kinderen van 0 tot 12 jaar, waar kinderopvang en onderwijs ogenschijnlijk naadloos in elkaar overlopen. We zien het eigenlijk als de meest intensieve vertaling van de  brede school. Sommigen zien het ook als een brede school versie 3.0 (na het netwerk en de multifunctionele accommodatie). Een integraal kindcentrum wordt ook wel centrum voor het kind, educatief centrum of community centre genoemd.

(Op weg naar het integraal kindcentrum, p. 6/7.)

FAQ uit/inklappen

Kulturhus

Een Kulturhus is een verschijningsvorm van een brede school. Het Kulturhusconcept staat voor een combinatie van profit- en non-profitorganisaties onder één dak (bijv. postkantoor, winkels, consultatiebureau, kinderopvang, zorgloket, kunsteducatie, bankfiliaal, huisarts). Ook een school kan deel uitmaken van deze formule. Het in stand houden van de voorzieningen in kleinere plaatsen is voor een Kulturhus een belangrijk doel.

(Handboek brede school, 2007).

FAQ uit/inklappen

Levensecht leren

Het leggen van een verbinding tussen het binnenschoolse leren het buitenschoolse leren is, net als de doorgaande lijn, een belangrijk aspect van de brede school. Kinderen leren buiten de school heel veel zaken, maar vaak op een andere manier. Buiten de school leren wordt levensecht leren genoemd.

(Zicht op de brede school 2007-2008 p. 191. Marja Valkestijn). 

FAQ uit/inklappen

Lokaal educatieve agenda (LEA)

De Lokale Educatieve Agenda is geïntroduceerd als een instrument om het lokaal onderwijsbeleid vorm en inhoud te geven na de wetswijzigingen in het onderwijs(achterstanden)beleid in 2006. Het is een instrument voor gemeenten, schoolbesturen en overige partners om in ‘nieuwe verhoudingen’ (meer gelijkwaardige verhoudingen) tot gezamenlijke afspraken te komen over het onderwijs- en jeugdbeleid.

(www.delokaleeducatieveagenda.nl)

FAQ uit/inklappen

Maatschappelijke Stage (MaS)

Maatschappelijke stage houdt in dat jongeren in het voortgezet onderwijs minimaal 30 uur vrijwilligerswerk doen als onderdeel van hun schoolcarrière. Op deze manier leren ze hun directe omgeving op een andere manier kennen en leveren ze een actieve bijdrage aan de samenleving. Na een uitgebreide pilotfase is maatschappelijke stage vanaf het schooljaar 2011-2012 verplicht. (www.maatschappelijkestage.nl).

FAQ uit/inklappen

Mediawijsheid

Mediawijsheid is het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld.

Bron: Raad voor Cultuur. Mediawijsheid, de ontwikkeling van nieuw burgerschap. juli 2005.

FAQ uit/inklappen

MFA (multifunctionele accommodatie)

Een Multifunctionele Accommodatie is een verschijningsvorm van een brede school. In een MFA zijn meerdere voorzieningen en disciplines onder één dak gehuisvest. De term multifunctioneel verwijst naar de mogelijkheden om ruimten in het gebouw voor meerdere functies te gebruiken. De Multifunctionele Accommodatie is de populairste nieuwbouw variant voor brede scholen.

Voordelen MFA: De fysieke nabijheid van partners biedt optimale mogelijkheden voor efficiënt en multifunctioneel ruimtegebruik. Het gebouw kan een impuls geven aan de inhoudelijke samenwerking, bijvoorbeeld door gezamenlijke voorzieningen, zoals een personeelsruimte. Voorzieningen kunnen laagdrempelig en toegankelijk worden aangeboden aan kinderen en ouders, bijvoorbeeld door voor hen één loket in te richten.

Nadelen MFA: Er is een relatief complex beheer- en exploitatiemodel, complexer bouwheerschap en meestal een langduriger bouwtraject. De aanloopkosten zijn daardoor vaak hoger. Meerdere gebruikers moeten daarin gezamenlijk opereren. Partijen kunnen onderweg afhaken. Grootschaligheid kent ook grenzen. Teveel mensen in één gebouw kunnen de veiligheid en het leef- en werkklimaat van kinderen, ouders en professionals in de weg staan. (Handboek brede school, 2007).


FAQ uit/inklappen

Motie Van Aartsen/Bos

De motie Van Aartsen/Bos verzocht de regering de wet- en regelgeving met ingang van 1 januari 2007 zodanig aan te passen dat scholen worden verplicht hetzij voor- en naschoolse opvang te bieden tussen 7.30 en 18.30, hetzij faciliteiten te bieden waarbinnen andere partijen dat doen en de randvoorwaarden hierbij aan te geven.

Met de uitvoering van de motie beoogt het kabinet een breder effect op het gebied van arbeidsparticipatie, emancipatie en integratie.

(www.rijksoverheid.nl)

FAQ uit/inklappen

Onderwijstijdverlenging

In het voorjaar van 2009 is de subsidieregeling onderwijstijdverlenging basisonderwijs van kracht geworden. Een samenwerkingsverband van basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs en een gemeente kon subsidie aanvragen om vier jaar lang de onderwijstijd van leerlingen te verlengen. Dit kan in de vorm van een weekendschool, zomerschool of verlengde schooldag. Inmiddels zijn er 29 projectaanvragen toegekend en in schooljaar 2009/2010 van start gegaan. In opdracht van het Ministerie van OCW monitort en begeleidt Oberon deze pilots onderwijstijdverlenging.

(www.onderwijstijdverlenging.nl)

FAQ uit/inklappen

Opvangprofiel

Het opvangprofiel richt zich op het bieden van goede opvang voor kinderen. (zie ook dagarrangementen). Een brede school met een opvangprofiel richt zich vooral op de behoeften van buitenshuis werkende en studerende ouders die opvang willen voor hun kinderen: opvang voor schooltijd, tijdens pauze, na school en ook buitenschoolse opvang, bijvoorbeeld in de vakanties. In brede scholen met een opvangprofiel zijn de openingstijden van de scholen en andere instellingen op elkaar afgestemd.

(Handboek brede school, 2007).

FAQ uit/inklappen

Passend onderwijs

In 2007 publiceerde het ministerie de Uitwerkingsnotitie Passend Onderwijs, waarin een ingrijpende herziening van de speciale leerlingzorg werd aangekondigd. Aanleiding hiervoor vormden de complexe zorgstructuur, de oplopende kosten door de groei van het aantal zorgleerlingen en de niet optimale kwaliteit van het onderwijs aan zorgleerlingen. Door de kabinetsbezuinigingen zijn de oorspronkelijke plannen voor Passend Onderwijs veranderd. De meest actuele regelgeving vindt u op www.passendonderwijs.nl

FAQ uit/inklappen

Plan-do-check-act cyclus

De plan-do-check-act cyclus is een hulpmiddel voor kwaliteitsmanagement en het oplossen van problemen. De cyclus is ontworpen door William Edwards Demming en beschrijft vier activiteiten:

Plan: stel doelstellingen vast en ontwerp een plan voor de verbetering van de huidige werkzaamheden;

Do: voer de verbetering uit;

Check: meet het resultaat van de verbetering en vergelijk deze met de doelstellingen;

Act: stel de resultaten bij.

Samen zorgen deze vier activiteiten voor een continue aandacht voor kwaliteitsverbetering in een organisatie.

FAQ uit/inklappen

Samenwerkingsschool

Kleine scholen voor basis- en voortgezet onderwijs die met sluiting worden bedreigd vanwege een afnemend aantal leerlingen, kunnen in de toekomst toch blijven bestaan. Zij krijgen onder strikte voorwaarden de mogelijkheid om een zogenaamde ‘samenwerkingsschool’ tot stand te brengen, waar zowel bijzonder als openbaar onderwijs wordt gegeven. (www.rijksoverheid.nl)

FAQ uit/inklappen

Schakelklas

Sinds het schooljaar 2006-2007 stelt het ministerie van OCW aan gemeenten met gewichtenleerlingen middelen ter beschikking voor de invoering van schakelklassen. Deze klassen zijn bedoeld voor leerlingen in het primair onderwijs met een taalachterstand. Zij krijgen één schooljaar intensief taalonderwijs in een aparte groep. Het doel is om die leerlingen zodanig bij te spijkeren dat zij daarna in staat zijn om het onderwijs op hun eigen niveau te vervolgen. (Handboek brede school, 2007).

FAQ uit/inklappen

SPIL-centra

Een SPIL-centrum is een model van een brede school. Deze verschijningsvorm komt onder andere in Eindhoven voor. Spil staat voor Spelen, Integreren en Leren. Het is de bedoeling dat in 2015 alle 60 basisscholen, peuterspeelzalen en kinderopvangcentra in Eindhoven zijn doorontwikkeld tot SPIL-centra. De doelstelling van SPIL luidt: ‘Een SPIL-centrum beoogt een versterking te zijn van de pedagogische infrastructuur van 0-12 jarigen.

In een SPIL-centrum wordt wijkgericht gewerkt en worden optimale ontwikkelingskansen geboden aan kinderen en opvoedingsondersteuning op maat aan ouders. In het SPIL-centrum wordt voorkomen dat er breukvlakken in de ontwikkeling van het kind ontstaan, doordat men intensief samenwerkt met de partners die betrokken zijn bij de ontwikkelingen van kinderen van 0-12 jaar’.

(Zicht op de brede school 2007-2008, p.187.)

FAQ uit/inklappen

Sterrenschool

De Sterrenschool is een effectief georganiseerd vijf sterren kindcentrum, gebaseerd op vijf sterren. Voor de volledige uitleg over de betekenis van deze sterren kunt u kijken op: www.desterrenschool.nl

FAQ uit/inklappen

Uitgebreid onderwijs

Onder uitgebreid onderwijs wordt verstaan: een extra aanbod van de school of andere educatieve partijen of extra gebruik van het reguliere aanbod gericht op 1) het behalen van de wettelijke vereisten, 2) het breder en diepgaander ontwikkelen van talenten of 3) het verbreden van het perspectief van de leerling of student op arbeid en samenleving. Internationaal onderzoek laat zien dat uitgebreid onderwijs tot verbeterde prestaties kan leiden. Daarnaast worden verbeteringen geconstateerd in betrokkenheid, werkhouding en zelfvertrouwen, mits aan bepaalde kwaliteitseisen is voldaan en deelname voldoende intensief is. Vooral achterstandsleerlingen lijken veel te profiteren van uitgebreid onderwijs.

Meer informatie

FAQ uit/inklappen

Verlengde schooldag

Bij de Verlengde schooldag gaan kinderen met een reken- of taalachterstand extra naar school. Kinderen krijgen in de zomer of na schooltijd extra onderwijs. De extra onderwijstijd is bedoeld om het onderpresteren van leerlingen tegen te gaan en taal- en rekenachterstanden weg te werken.

Meer informatie

FAQ uit/inklappen

Verrijkingsprofiel

Bij het verrijkingsprofiel ligt het accent vooral op sociaal, cultureel en sportief gebied. In deze doorgaande ontwikkelingslijn bestaat aandacht voor verrijkende activiteiten naast de cognitieve, om ook de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen en andere doelgroepen een extra impuls te geven. Daarmee wordt het zelfvertrouwen en zelflerend vermogen gestimuleerd.

FAQ uit/inklappen

Vijf-gelijke-dagenmodel

Nederlandse basisscholen zijn sinds 2006 vrij hun schooltijden zelf vast te stellen. Ook het wettelijk voorschrift dat scholen niet langer dan 5,5 uur per dag les mogen geven, is op 1 augustus 2006 vervallen. Wel moeten scholen nog steeds zorgen voor een evenwichtige verdeling van activiteiten over de dag. De onderwijstijd over acht schooljaren is wettelijk bepaald op minimaal 7.520 uur. Dat is gemiddeld 940 uur per jaar.  

Het vijf-gelijke-dagenmodel ziet er als volgt uit:
•    vijf identieke schooldagen, van 8 tot 14 uur of van 8.30 tot 14.30 uur
•    geen vrije woensdag- en vrijdagmiddag
•    korte lunchpauze met leerkrachten in de klas (geen aparte overblijfvoorziening)
•    naschoolse opvang sluit elke dag direct aan op de lessen
•    gaat verder dan het continurooster, dat wel de middagpauze verkort, maar houdt vast aan begintijd en vrije woensdagmiddag.

(www.anderetijdeninonderwijsenopvang.nl)

FAQ uit/inklappen

VVE (voor- en vroegschoolse educatie)

Voor- en vroegschoolse educatie is erop gericht om onderwijsachterstanden bij jonge kinderen vroegtijdig op te sporen en te bestrijden. Voor het aanpakken van taalachterstanden zijn VVE-programma’s ontwikkeld, zoals Piramide, Kaleidoscoop en Startblokken. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het voorschoolse deel van de VVE en de scholen voor het vroegschoolse deel. Brede scholen met VVE werken vaak nauw samen met de bibliotheek. Ook het consultatiebureau is een belangrijke partner voor de vroegtijdige signalering van taal- en ontwikkelingsachterstanden. De overheid investeert flink in de kwaliteit van de VVE door scholing en ondersteuning te bieden aan leidsters in peuterspeelzalen en kinderdagverblijven, leerkrachten in groep 1 en , managers van instellingen, beleidsmakers in gemeenten en opleiders van leidsters en leerkrachten.

(Handboek brede school, 2007).

FAQ uit/inklappen

Wet OKE

Het wetsvoorstel OKE (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) wijzigt meerdere wetten.
Het doel van het OKE wetsvoorstel is om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren en de kwaliteitseisen van de peuterspeelzalen te verbeteren.
•    De eerste maatregel is een kwaliteitsimpuls voor peuterspeelzalen door de wet- en regelgeving over peuterspeelzalen te harmoniseren (dat wil zeggen: meer op één lijn te brengen) met de kinderdagverblijven.
•    De tweede maatregel is dat peuterspeelzalen financieel toegankelijk blijven.
•    Ten derde regelt het wetsvoorstel dat gemeenten, een breder en beter aanbod van voorschoolse educatie aanbieden, zowel in peuterspeelzalen als in kinderdagverblijven.

De harmonisatie van de wet- en regelgeving van peuterspeelzalen met die van kindercentra zorgt voor een kwaliteitsimpuls voor de eersten. Hierdoor worden peuterspeelzalen in een betere positie gebracht om zich als laagdrempelige voorziening al dan niet met voorschoolse educatie te kunnen handhaven.

Verder wil het kabinet bereiken dat jonge kinderen met een risico op een taalachterstand in het Nederlands, een aanbod krijgen om die taalachterstand te verminderen. Het doel is dat kinderen zonder taalachterstanden aan de basisschool kunnen beginnen. De Wet OKE is op 1 augustus 2010 in werking getreden. Sinds 1 januari 2011 mag de financiële bijdrage van ouders voor elk kind dat deelneemt aan voorschoolse educatie, niet hoger zijn dan de financiële ouderbijdrage bij maximale kinderopvangtoeslag.

(www.wetoke.nl)

FAQ uit/inklappen

ZAT (Zorg en adviesteam)

Een ZAT is een structureel multidisciplinair team op bovenschools niveau (althans in het PO), vaak gekoppeld aan het samenwerkingsverband WSNS.
In dit team werken de volgende professionals samen: jeugdarts van de GGD, het (school)maatschappelijk werk, bureau jeugdzorg, een orthopedagoog, REC 3 en 4, WSNS. Afhankelijk van de agenda en de schoolpopulatie worden nog anderen zoals de leerplichtambtenaar, politie, MEE of onderwijsbegeleidingsdienst uitgenodigd deel te nemen. De intern begeleider van de aanmeldende school neemt voor zijn leerling deel aan het casusoverleg. Hij zorgt eventueel ook voor de intake.

(www.zat.nl)

Het Nederlands Jeugd Instituut heeft een lijst met begrippen voor de gehele jeugdsector.

Nieuw boekje

Een nieuw praktisch boekje! Als hulp en inspiratiebron. Over werken aan en in een kindcentrum. Juist voor hen die dagelijks werken voor kinderen.
Bestel het hier.

Columns van Job

17 oktober 2017
06 september 2017

Op de kaart

kaart van alle Brede Scholen en IKC's. Staat u er al bij?

Twitter (breed}!

{Breed}, tweewekelijks in uw mailbox! U kunt zich hier aanmelden.

javhide.com sexsut.com