Thema: Financiën

Prinsjesdag 2013 - gevolgen voor het onderwijs

19 september 2013

Op dinsdag 17 september maakte het kabinet de begroting voor 2014 bekend. Koning Willem-Alexander sprak  in de Ridderzaal de Troonrede uit en het koffertje met de Miljoenennota en de rijksbegroting is door de minister van Financiën aan het parlement aangeboden. Wij zetten de gevolgen voor het onderwijs voor u op een rij.
 

Het onderwijs wordt ontzien in de rijksbrede taakstelling en het Nationaal Onderwijsakkoord zorgt ervoor dat er netto geld bijkomt voor leerlingen, docenten en scholen. Naast de €689 miljoen die vrijkomt met het Nationaal Onderwijsakkoord, wordt ook de prijsbijstelling (€204 miljoen) voor het onderwijs in 2014 uitgekeerd. Deze was dit voorjaar ingeboekt als OCW-bijdrage aan de bezuinigingen van €6 miljard. Met de prijsbijstelling kunnen scholen de inflatie opvangen. Beide bedragen zijn nog niet in de OCW-begroting opgenomen maar zijn daarvoor wel gereserveerd, omdat het akkoord pas later definitief zijn beslag krijgt.
 
Met deze begroting menen minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker het komend jaar fors in te zetten op de kwaliteit van de leraar, verbetering van de in- en uitstroom van de lerarenopleidingen en een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.

Zorgplicht voor scholen
Vanaf 1 augustus 2014 gaat de zorgplicht voor scholen van start. Zorgplicht betekent dat scholen ervoor moeten zorgen dat iedere leerling die op hun school zit, of die zich bij hun school aanmeldt een passende onderwijsplek binnen het samenwerkingsverband krijgt. Bij uitvoering van de zorgplicht, moet het schoolbestuur eerst kijken wat de school zelf kan doen. Vindt de school dat een leerling het beste naar een andere school binnen het samenwerkingsverband kan gaan, dan moet deze zelf zorgen voor een goede plek voor die leerling. Tegelijkertijd meent het ministerie dat toptalenten net zoveel aandacht verdienen als kinderen die minder goed mee kunnen komen. Grote talenten in het basis- en voortgezet onderwijs moeten meer worden herkend, erkend en beloond. In 2014 wordt bepaald welke aanpak het beste werkt.

Mbo
In het mbo worden kwaliteitsafspraken gemaakt waarmee de scholen een extra prikkel krijgen om alles uit hun leerlingen te halen. De tweejarige associate degree krijgt een vaste plek aan de hogescholen, waardoor studenten die wel willen doorleren, maar opzien tegen een vierjarige opleiding toch worden bediend. Voor vwo’ers die een hbo-opleiding willen volgen komen er intensieve, driejarige opleidingen aan de hogescholen.
 
Waardering voor leraren
Het ministerie wil dat leraren zich gewaardeerd voelen. Daarom moet de werkdruk voor hen omlaag. Ze krijgen meer tijd en middelen voor bijscholing, en er worden 3000 extra banen voor jonge docenten in het basis- en voortgezet onderwijs geschapen. In totaal is met het Nationaal Onderwijsakkoord een investering van €689 miljoen gemoeid. Daarnaast lopen de investeringen die het lerarenvak aantrekkelijker moeten maken verder op. In 2007 werd hiervoor een bedrag, oplopend tot €1,1 miljard structureel in 2020 uitgetrokken.
 
Voor de mbo-instellingen is in het Nationaal Onderwijsakkoord €250 miljoen beschikbaar voor kwaliteitsverbetering van onderwijs. In het primair en voortgezet onderwijs is daar €344 miljoen voor gereserveerd. Er wordt serieus werk gemaakt van het terugdringen van onbevoegd en ongekwalificeerd personeel. Daarom komt er net zoals bij accountants, advocaten en artsen een lerarenregister. Uiterlijk in 2017 moeten alle leraren in het register opgenomen zijn.  

Delen:

javhide.com sexsut.com