Thema: Ambassadeurs

'Kinderen hebben geen hulp nodig, de opvoeders hebben hulp nodig'

03 februari 2014

Met de invoering van het passend onderwijs zitten er veel veranderingen aan te komen. Het Landelijk Steunpunt Brede Scholen organiseerde over dit thema onlangs een masterclass voor ambassadeurs. Professor Jo Hermanns sprak tijdens deze bijeenkomst. "Het wordt tijd dat we eens naar de kinderen gaan luisteren."

{breed} organiseert regelmatig een masterclass voor haar ambassadeurs. De goede voorbeelden van brede scholen, integrale kindcentra en kinderopvangorganisaties dragen hiervoor zelf onderwerpen en thema’s. Bart-Jan Commissaris, directeur van De Brede School in Amsterdam-Zuidoost wilde graag met zijn collega-ambassadeurs spreken over het thema passend onderwijs.

DE Brede School in Amsterdam-zuidoost
Commissaris stelde zijn school beschikbaar voor de masterclass. Deze school  staat midden in wat vroeger het slechtste deel van Bijlmer was en heeft veel probleemkinderen binnen de gelederen. Toch stelt Commissaris vast dat hij al jarenlang nul leerlingen doorstuurt naar het speciaal onderwijs. “En momenteel hebben wij slechts drie kinderen met een rugzakje. Wat mij nog het meeste tegen de borst stuit, is dat de Inspectie een oogje in het zeil houdt. Dat heeft te maken met onze Cito-scores. Maar volgens mij zeggen die scores niet zoveel. Je kan beter naar het maatschappelijk succes van de kinderen kijken.” 

Steeds meer geïndiceerde kinderen
Jo Hermanns, adviseur Jeugdzorg en Jeugdbeleid en hoogleraar Opvoedkunde aan de Universiteit van Amsterdam, stelt dat de situatie op DE Brede School niet overeenkomt met het landelijke beeld. “Als je de cijfers bekijkt is er maar één conclusie: er komen steeds meer kinderen die ‘iets’ hebben. Tot een aantal jaar geleden had één op de tien kinderen een indicatie voor iets speciaals. Afgelopen jaar was bij één op de zes kinderen ‘iets mis’.” Hermans noemt een aantal harde cijfers: “Het aantal rugzakkinderen is de afgelopen jaren toegenomen van 11.000 naar 39.000. Het aantal kinderen dat bij Jeugdzorg loopt is meer dan verdubbeld van 40.000 naar 90.000 en ook bij GGZ zien we praktisch een verdubbeling.” 

De stijging van het aantal kinderen waar ‘iets mis mee is’, is volgens Hermanns een vreemde ontwikkeling. “Het aantal kinderen dat hulp nodig heeft is in werkelijkheid namelijk helemaal niet zo hoog.” Hermans haalt een aantal cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau aan: “De problemen van en met de jeugd nemen af in plaats van toe. De jeugdcriminaliteit neemt bijvoorbeeld al jaren af. Jeugdgevangenissen staan voor de helft leeg. Bovendien worden kinderen steeds intelligenter. Eigenlijk kun je stellen dat het historisch gezien nog nooit zo goed is gegaan met de opvoeding van onze kinderen.” Het aantal kinderen dat een probleem heeft zou volgens Hermanns rond de vijf procent moeten liggen, en niet rond de zestien procent.  

Te snel een indicatie
Hoe kan het dan dat het aantal geïndiceerde kinderen al jaren toeneemt? Volgens Hermanns is de stijging te verklaren doordat vandaag de dag veel te snel een label of een stempel wordt uitgedeeld. “Een druk kind is al snel een ADHD’er en een kind dat zich niet goed kan concentreren heeft een stoornis.” Dat labellen en stempels geven leidt volgens Hermans tot grote problemen. “Als een kind een stempel krijgt, zeg je eigenlijk: ‘Jij bent niet zoals je had moeten zijn en daarom kun je niet gewoon met ons meedoen. Eigenlijk ben jij anders dan de rest’.” 

Zodra een kind een stempel heeft, gaat hij of zij zichzelf zien als een kind met een afwijking. Een gevolg hiervan kan zijn dat bergafwaarts gaat, waarna een ‘bijzonder’ kind naar het speciaal onderwijs wordt gestuurd. Hermanns vindt dat geen goede oplossing. “De effecten van het speciaal onderwijs zijn op de langere termijn niet best. Minder dan twee procent van de kinderen die naar het speciaal onderwijs gaan, komt op de HAVO of het VWO terecht. Uit cijfers is gebleken dat ze minder goed presteren dan de kinderen met dezelfde indicaties die op het basisonderwijs blijven. Er zijn ook veel meer zwakke en zeer zwakke scholen in het speciaal onderwijs.” Hermanns stelt dat geïndiceerde kinderen  beter in het basisonderwijs kunnen blijven. “Zo’n 33 procent van de rugzakkinderen komt op de HAVO of het VWO terecht en zij scoren daar beter dan ‘gewone’ kinderen. En klasgenoten van rugzakkinderen presteren trouwens beter dan hun leeftijdsgenoten die geen rugzakkind in de klas hebben. Het is voor geïndiceerde kinderen dus veel beter om op de basisschool te blijven.”

Opvoeders hebben hulp nodig
Wat volgens Hermanns ook belangrijk is, is dat er een omslag in het denkpatroon wordt gemaakt. “Geïndiceerde kinderen  zien we vaak als probleemkinderen. Maar die kinderen hebben helemaal geen probleem. Het zijn de ouders, de leraren en de pedagogisch medewerkers die een probleem hebben. Zij vinden het opvoeden lastig. Zij kloppen aan bij zorginstanties, in de hoop dat deze instanties het kind ‘beter’ maken. Maar het zijn eerder de ouders, de leraren en de pedagogisch medewerkers die hulp nodig hebben.” 

Daarnaast moet de achterliggende gedachte veranderen. “We moeten niet denken: ‘We gaan jou normaal maken’. Het moet zijn: ‘We gaan er uithalen wat erin zit’. Brede scholen kunnen hierin een belangrijke rol spelen.” Op brede scholen staat het kind namelijk vaak centraal. En dat werkt heel goed volgens Hermanns. “Community-based care werkt altijd beter dan institutionele hulp. En dat geldt ook voor de moeilijke doelgroepen.” 

Job van Velsen, projectleider van {breed}, benadrukt de rol van ouders in dit proces.  “Ouders zijn heel belangrijk. Maar vraag je eens af hoe serieus worden de ouders betrokken bij uw school? Praten jullie over de ouders of met de ouders?” Daarnaast stelt Van Velsen nog een belangrijke vraag. “Hoe welkom is ieder kind op uw school? De grondhouding moet zijn dat ieder kind welkom is. En natuurlijk, ieder kind is uniek. Maar het is aan ons de taak om ieder kind te ondersteunen in zijn of haar ontwikkeling.” U kunt de volledige inleiding van Job van Velsen hier terug vinden. 

Leerorkest
Vervolgens bezoekt de groep ambassadeurs de brede school Samenspel van Marijke van Amersfoort. Daar zijn zij getuige van een repetitie van het Leerorkest. De kinderen van de scholen in Amsterdam-Zuidoost krijgen tijdens het Leerorkest les in klassieke muziek. In het Leerorkest komen kinderen die niet zo goed zijn in rekenen of taal helemaal tot hun recht, aldus van Amersfoort. Zo zijn er kinderen die tijdens de ‘normale’ lessen moeite hebben om mee te komen, maar uitblinken op hun instrument. 

Discussie
Tot slot volgt er nog een discussie over wat brede scholen kunnen betekenen voor het passend onderwijs. Een van de ambassadeurs van een kinderopvangorganisatie vertelt over een probleemgeval uit de praktijk. “Het komt voor dat kinderen met een rugzakje ’s middags op de buitenschoolse opvang terecht komen. Als ik eerlijk ben, moet ik zeggen dat we op de bso niet altijd de handvatten hebben om met zo’n kind aan de slag te gaan. Er is geen structuur voor.” Hermanns adviseert om te streven naar een goede overgang tussen de school en de bso. “Realiseer je dat het niet het probleem van de school of de bso is. Het is ons probleem. Van ons samen. En betrek ook het kind erbij. Vraag aan het kind wat het wil. Geef ze de ruimte.” Daarnaast concludeert de groep ambassadeurs dat het een kwestie van volhouden is. Commissaris reageert daarop: “Als ik iets wil veranderen, kost dat veel tijd. Maar die tijd heb ik niet. Bovendien heb ik meteen de gemeente of de inspectie in mijn nek.” Hermanns: “Eigenlijk kunnen de mensen die nu  aan de knoppen zitten, de benodigde stappen niet maken. Er zijn nieuwe mensen nodig.” De conclusie van de dag is dat we anders moeten gaan denken, kijken en handelen en dat we daarover met elkaar in gesprek moeten gaan. Zowel op de werkvloer alsook tussen beleid en uitvoering. Gesprekken met het ministerie en de Onderwijsinspectie zijn daarbij ook van groot belang. 

Delen:

javhide.com sexsut.com