Thema: Voor- en vroegschoolse educatie

Pm’ers staan voor grote opgave in VVE

26 februari 2015

Pedagogisch medewerkers hebben moeite om doelgroepkinderen in de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) goed voor te bereiden op de basisschool. Dat blijkt uit onderzoek van het Kohnstamm Instituut en het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen. Vervolgens komen de onderzoekers met suggesties voor het verbeteren van de indicatie en de uitvoering van de VVE.

Net als in een vorig onderzoek, concludeerden de onderzoekers opnieuw dat gemeenten zeer uiteenlopen in hun beoordeling welke kinderen in aanmerking komen voor VVE-subsidie. Gemeenten kijken onder andere naar de achtergrond van het kind. De indicatie van het kind zelf blijkt lastiger te zijn. De screeningsinstrumenten die daarvoor worden gebruikt houden bij of de ontwikkeling van het kind afwijkingen vertoont. De validiteit van de instrumenten is echter nooit aangetoond.

Gedragsproblemen
Daarnaast plaatsen de onderzoekers vraagtekens bij het nut van de resultaten die de instrumenten opleveren: dragen deze bij aan het voorkomen van achterstanden? De VVE zet in op vier ontwikkelingsdomeinen: taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling en motorische ontwikkeling. Dat is vastgelegd in de Wet OKE. Pedagogisch medewerkers zien echter vaak gedragsproblemen of –stoornissen bij kinderen, terwijl deze niet altijd worden gedekt door VVE-programma’s.

Grote opgave
Pedagogisch medewerkers staan voor een grote opgave in de VVE. Hoewel zij niet ieder kind de individuele aandacht kunnen geven die het nodig heeft, moeten zij wel intensief het gedrag van ieder kind in de gaten houden. Daarbij dienen zij zich altijd af te vragen waar dat gedrag vandaan komt, en wat het kind nodig heeft om een achterstand in te lopen. Bovendien hebben zij slechts anderhalf jaar de tijd om die achterstand weg te werken voordat het kind instroomt op de basisschool.

Aanbevelingen
In het rapport komen de onderzoekers met een aantal aanbevelingen:
•    Duidelijk beleid;
•    De VVE als basisvoorziening, voor alle kinderen;
•    Verbetering van de samenwerking tussen verschillende partijen (basisschool, peuterspeelzaal, kinderdagverblijf, zorg, gemeente);
•    Een valide en betrouwbaar screeningsinstrument, specifiek gericht op de VVE;
•    Investering in ouderbetrokkenheid en –participatie;
•    Meer aandacht voor onder andere sociaal-emotionele ontwikkeling, gedrags- en ontwikkelingsstoornissen en opbrengstgericht werken in de opleiding van pm’ers;
•    Onderzoek van de effecten van nieuwe aanpakken.

Lees hier het gehele onderzoek.

Bron: Kinderopvangtotaal

Delen:

javhide.com sexsut.com