Thema: Onderzoek

Hoe buitenschools leren het leren binnen de school kan helpen

21 april 2015

Leren vindt niet alleen op school plaats, maar ook daarbuiten. Scholen willen steeds meer gebruik maken van het buitenschoolse leren om kinderen te onderwijzen. Veel scholen, en vooral brede scholen, zoeken dan ook de verbinding met het buitenschools leren. Uit onderzoek blijkt nu dat er een positief effect is als leerlingen continuïteit ervaren tussen de verschillende leefwerelden.

Continuïteit lijkt een positief effect te hebben op schoolbetrokkenheid, interesseontwikkeling en motivatie om verder te leren in de toekomst. Leerlingen die discontinuïteit ervaren hebben vaak negatieve gevoelens, voelen zich minder betrokken bij school en hebben een grotere kans op uitval.

Of een kind continuïteit of discontinuïteit ervaart, hangt van verschillende dingen af. Hoeveel interactie er is tussen de omgeving bijvoorbeeld. Werken scholen en buurtinstellingen samen en is ver veel contact tussen ouders? Dan is de kans groot dat kinderen continuïteit ervaren. Daarnaast zijn de cognitieve, sociale, morele, culturele en economische verschillen tussen omgevingen van invloed op een gevoel van discontinuïteit en speelt het bestaan van zogeheten grensobjecten en grensactiviteiten een rol.

Huiswerk maken is een grensactiviteit en spullen die kinderen van huis of hobbyclubs meenemen naar school zijn grensobjecten. Tot slot is het belangrijk of een leerling zelf in staat is te schakelen tussen de verschillende omgevingen, deze te vertalen of zelfs te integreren.

Uit de bestudering van 186 internationale studies die de laatste tien jaar zijn verschenen, kwamen vier typen verbindingen naar voren. Bij de eerste, vanzelfsprekende continuïteit, is er een relatie tussen binnen - en buitenschools leren die moeiteloos lijkt. Leren is daarbij niet beperkt tot één omgeving, maar leerlingen weten schoolse en informele bronnen te combineren bij bijvoorbeeld een vak als geschiedenis. De tweede, ontbrekende continuïteit, is een vorm van discontinuïteit waarbij leerlingen moeite hebben met het leggen van verbindingen. Dit heeft negatieve gevolgen voor hun leerproces en betrokkenheid bij school. Deze discontinuïteit komt vaker voor bij achterstands- of allochtone leerlingen omdat de schoolcultuur en de thuiscultuur uiteenlopen.

De derde, kansrijke continuïteit, maakt gebruik van een krachtige buitenschoolse setting, zoals een museum of theater, om het schoolse leren te verrijken.Ten slotte kan er sprake zijn van bewuste discontinuïteit waarbij leerlingen expres de binnen- en buitenschoolse wereld gescheiden houden.

L.H. Bronkhorst, S.F. Akkerman, Continuities and discontinuities in learning across school and out – of – school contexts. Universiteit Utrecht, 2014

Deze review studie werd gefinancierd vanuit het fundamentele onderwijsonderzoek (PROO) van het NRO.

Het onderzoeksrapport komt op een later moment beschikbaar.

Meer over het  onderzoek via Sanne Akkerman (UU): S.F.Akkerman@uu.nl

Delen:

javhide.com sexsut.com