Ton Schroor: “De scholen zijn weer de spin in het web in Groningen”

5 februari 2015

Groningen is Onderwijsstad van het jaar 2014/2015, en de Groningse Vensterscholen bestaan dit jaar 20 jaar. Met de ontwikkeling van de Vensterschool is Groningen, samen met Rotterdam, de grondlegger van de brede school. Bovendien hebben zich de afgelopen tijd veel veranderingen voorgedaan in de structuur van de Vensterscholen. Dit alles wilden wij eens extra uitlichten. Vandaag praten wij met één van de centrale figuren in het Groningse onderwijs, wethouder Onderwijs Ton Schroor.

De wethouder praat ons bij over de veranderingen die ruim een jaar geleden ingezet zijn in het Groningse onderwijs. De basis werd gelegd in het document ‘Nieuwe impuls Vensterscholen.’ Hierin is vastgelegd dat de gemeente Groningen de regie op de samenwerking in de Vensterscholen weer teruglegt bij de schoolbesturen. De wethouder legt uit wat daaraan vooraf ging. “Toen de eerste Vensterscholen werden opgericht, was het concept geheel nieuw in Nederland. De gemeente stuurde aan en leverde locatiemanagers. Na verloop van tijd was het concept echter aan vernieuwing toe. Een aantal schoolbesturen voelde zich steeds meer op afstand van hun eigen Vensterschool. Er is naar een oplossing gezocht, zodat de scholen weer de spin in het web zijn. Dit is vastgelegd in de nieuwe impuls.”

Zorg – ouderbetrokkenheid – doorgaande lijn

De Vensterscholen gaan van een drietal kernpunten uit: ondersteuning en zorg; ouderbetrokkenheid en de doorgaande leerlijn. “Ik ben heel tevreden over het verloop van de transitie tot nu toe,” verklaart Schroor. “Sinds de nieuwe impuls ontvingen we al 17 aanvragen voor het (door)ontwikkelen van een Vensterschool. Onder deze 17 zitten al bestaande Vensterscholen, die er nog een schepje bovenop willen doen. Maar er zitten ook ‘gewone’ scholen bij, die een Vensterschool willen worden. Ik ben positief verrast door het grote aantal aanmeldingen.”

Onderwijsstad van het jaar
Groningen mag zich in het schooljaar 2014/2015 ‘Onderwijsstad van het jaar’ noemen. Deze titel wordt ieder jaar uitgereikt in het kader van de Nationale OnderwijsWeek. Uiteraard is de wethouder trots op deze titel. “Meer dan 100.000 jongeren volgen onderwijs in Groningen op alle niveaus. Ruim 55.000 van hen zijn student aan de Hanze Hogeschool Groningen of de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Groningen ademt onderwijs.” Bijzonder is dat alle onderwijspartijen en de overheid met elkaar samenwerken, van kinderopvang tot universiteit. Zij zijn met elkaar verbonden in een samenwerkingsverband, genaamd het College van Onderwijs Groningen (CvO).

Onderwijspact
Het CvO werkt samen aan een vijftal gezamenlijke opgaven, die zijn vastgelegd in het Onderwijspact. Die opgaven zijn: een stimulerende leeromgeving; doorgaande leerlijnen; van onderwijs naar arbeidsmarkt; toekomstbestendig onderwijs en brede vorming. “De partijen gaan gelijkwaardig met elkaar om. In de praktijk komt het erop neer dat de partijen vier keer per jaar bijeenkomen om een bepaald onderwerp te belichten.” Schroor legt uit hoe dit in zijn werk gaat: “Iedere keer bereidt een andere instelling een sessie voor. Daarbij zijn relevante sprekers aanwezig en gaan de partijen met elkaar in discussie. We stemmen dan praktische zaken af, maar we kijken vooral ook naar onze ambities. Het zijn echt inhoudelijke doordenksessies.”

Success for All
Via het Onderwijspact deed Schroor al nuttige contacten op. Hij legde contact met Roel Bosker, professor aan de RUG. Bosker wil het wegwerken van taalachterstanden grootschalig aanpakken. Hij verdiepte zich in de methode van de Amerikaanse professor Robert Slavin, genaamd ‘Success for All.’ In dit programma is extra aandacht voor taal in het basisonderwijs. De methode is in Nederland nog niet toegepast, maar in de Verenigde Staten hebben meer dan een miljoen kinderen er al profijt van. Success for All toont aan dat leerlingen een half jaar tot driekwart jaar van hun achterstand inhalen, wat ervoor zorgt dat ze vaak hoger kunnen instromen in het VO. Ook in Engeland wordt het gebruikt.

“Wij zijn voornemens deze methode ook in Groningen in te voeren,” verklaart Schroor. Hij voegt daaraan toe dat Bosker het alleenrecht heeft om Success for All in Nederland in te voeren. Op het Symposium Vensterscholen op 4 juni wordt de methode gepresenteerd. Professor Slavin komt speciaal hiervoor naar Groningen. Met de invoering van de methode lanceert Groningen wederom een unieke landelijke pilot. “Groningen was al een stad die voorop liep op onderwijsgebied, maar andere steden zijn op gelijke hoogte gekomen of hebben ons op onderdelen misschien wel ingehaald. Hiermee kunnen we echter weer een grote sprong maken.”

Wat een IKC doet, doen ‘wij’ eigenlijk ook
Op het symposium worden ook Vensterscholen, brede scholen en Integrale Kindcentra (IKC’s) met elkaar vergeleken. Het gaat over de vraag of het eigenlijk wel uitmaakt welke structuur je hanteert. Schroor licht toe dat er veel discussie met de zaal is, en dat er goede voorbeelden van alle drie de structuren naar voren komen. Hij zegt veel gelijkenissen te zien tussen de verschillende vormen. “Wat het IKC doet, doen ‘wij’ in de kern eigenlijk ook. Kinderen vanaf jonge leeftijd, gedurende hun hele schoolcarrière blijven volgen vanuit één centraal punt is positief. Wel vind ik dat dit vanuit de scholen zelf moet worden georganiseerd en niet moet worden opgelegd door de overheid. De overheid kan wel faciliteren, maar de verantwoordelijkheid moet zo snel mogelijk bij de schoolbestuurders komen te liggen. Het doel is ten slotte dat ieder kind vroegtijdig met educatie begint. Hoe je dat bereikt, is aan de scholen zelf.”

Vensterschool zijn moet niet, mag wel
De toekomst van de Vensterschool ziet de wethouder rooskleuring in. “Het voordeel van de nieuwe impuls is dat de scholen weer in het centrum komen. Als de transitie voorbij is, moeten zij het zelf doen. Daarom is het duurzaam. Zo kan de gemeente weer met de volgende school aan de slag gaan. Als lokaal bestuur kun je het nooit helemaal loslaten, maar omdat we het College van Onderwijs hebben, kun je altijd de discussie met elkaar blijven voeren. Dit noemen wij ‘groot onderhoud.’” Hij benadrukt dat scholen er zelf voor kunnen kiezen om Vensterschool te worden. “Als een school hier niet voor kiest, betekent het niet dat het een minder goede school is. Vensterschool zijn moet niet, maar mag wel.” Scholen hoeven dan ook niet allemaal hetzelfde te zijn. “Een school kan ervoor kiezen zich te richten op bijvoorbeeld cultuur of techniek. Dit geeft ouders ook meer keuze. Differentiatie is goed.”

Lees ook onze interviews met medewerker van de gemeente Marielle Reneman en ambassadeur Aly Oosterwijk.

Nieuw boekje

5 februari 2015

Een nieuw praktisch boekje! Als hulp en inspiratiebron. Over werken aan en in een kindcentrum. Juist voor hen die dagelijks werken voor kinderen.
Bestel het hier.

Nieuws op {Breed}

5 februari 2015

Columns van Job

5 februari 2015

17 oktober 2017
06 september 2017

Op de kaart

5 februari 2015

kaart van alle Brede Scholen en IKC's. Staat u er al bij?

Twitter (breed}!

Nieuwsbrief

5 februari 2015

{Breed}, tweewekelijks in uw mailbox! U kunt zich hier aanmelden.

javhide.com sexsut.com