‘BredeSchool is de ideale setting voor sport en bewegen’

12 oktober 2007

Foto: NISB.

CLÉMENCE ROSS-VAN DORP, DIRECTEUR NISB

“De BredeSchool is een ideale setting voor sport en bewegen en biedt daardoor mogelijkheden voor het vergroten van de ontwikkelingskansen voor kinderen`, zegt Clémence Ross, sinds 1 april directeur van NISB (Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen). Van juli 2002 tot begin 2007 was zij staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

“Sport en bewegen bevorderen sociale vaardigheden en verbeteren cognitieve vaardigheden. Vaak staan BredeScholen in achterstandswijken. Op die scholen is de bewegingsachterstand van kinderen groter, dus is het belangrijk om tijd  en aandacht te besteden aan bewegen. De BredeSchool biedt dagarrangementen en heeft ook een aanbod na schooltijd, dus is het belangrijk dat sport en bewegen een plek krijgen in het programma. Het hoort bij het dagelijkse leven van kinderen en is de populairste activiteit in de vrije tijd. Aangezien de BredeSchool een samenwerkingsverband is tussen allemaal organisaties uit de wijk zijn sportorganisaties, zoals sportverenigingen, sportscholen en sportbuurtwerk daar niet bij weg te denken. Een uitgebreid sportaanbod, gedragen door de samenwerkingspartners van de BredeSchool heeft een positieve werking op het pedagogische klimaat in de omgeving. Kinderen voelen daardoor meer binding met de buurt. BredeScholen bieden ook dikwijls activiteiten aan ouders. Hierdoor is ouderbetrokkenheid op deze scholen groter. De BredeSchool kan op die manier, beter dan een gewone school, een rol spelen in de voorlichting richting ouders met betrekking tot het belang en de mogelijkheden van sport en bewegen voor hun kinderen. Dat ouders positief staan tegenover sport en bewegen is zeer belangrijk bij het veranderen van het beweeggedrag van (inactieve) kinderen.”

Wat zijn de mogelijkheden van de buitenschoolse opvang om de jeugd meer aan het bewegen te krijgen?

“Het is goed dat er meer aandacht wordt besteed aan sport en bewegen in de buitenschoolse opvang. Het is leuk om te doen. Vooral kinderen uit de oudere groepen van de basisschool vervelen zich vaak in de opvang, maar worden wel aangetrokken door sportactiviteiten. Door verschillende sporten aan te bieden wordt de naschoolse opvang leuker voor de kinderen en zullen meer ouders het aantrekkelijk vinden gebruik te gaan maken van de opvang. Een samenwerking met sportorganisaties en het creëren van combinatiefuncties in dit werkveld bieden mogelijkheden. Wel is het belangrijk dat de kwaliteit van het sport- en beweegaanbod gewaarborgd blijft.”

Zijn leerlingen van een BredeSchool, door de samenwerking met welzijnsinstellingen en bijvoorbeeld sportclubs daarbij in het voordeel?

“Ja, ze maken kennis met verschillende activiteiten die in de wijk georganiseerd worden en kunnen daarbij hun eigen keuzes maken. De kans dat ze lid worden van een sportvereniging wordt groter. Ze zijn vooral in het voordeel omdat er op jonge leeftijd een basis wordt gelegd om blijvend plezier te beleven aan sport en bewegen. Door de samenwerking in een BredeSchool met welzijn, sportverenigingen, maar ook met de cultuurinstelling of commerciële sportaanbieders, krijgt een kind een groter aanbod aangereikt waarin hij/zij eigen talenten ontwikkelt.”

Heeft u altijd al belangstelling gehad voor sport en bewegen? 
“Ja, dat is ons thuis met de paplepel ingegoten. We deden allemaal aan sport, van voetbal tot paardrijden. En we zaten bij belangrijke sportwedstrijden met het hele gezin voor de televisie en soms ook in het stadion.” 

Bent u zelf op dit gebied actief (geweest)?
“Ik reed al heel jong pony, later paard en heb tennis gespeeld. Toen ik een drukke baan kreeg was het moeilijk om op vaste tijden te sporten en ben ik gaan fitnessen. Maar het leukste vind ik toch het sporten en bewegen met anderen samen. Het is een stuk gezelliger.” 

Heeft u als doktersassistente en later als lerares (op een middelbare school?) van nabij kunnen zien dat veel jongeren en kinderen te weinig bewegen?
“Het is al 30 jaar geleden dat ik doktersassistente was. In die tijd fietsten of liepen de kinderen bijna allemaal naar school en speelden ze ook meer op straat. Dat is nu een stuk minder, want niet overal is het veilig of ouders vinden het makkelijk ze even snel met de auto te brengen. Dat is natuurlijk veel minder gezond. Toen ik les gaf op school waren er naast de verplichte lesuren gymnastiek niet veel sportieve activiteiten. Veel leerlingen waren lid van een sportvereniging maar daar waren vanuit school niet of nauwelijks contacten mee. Daar is gelukkig de laatste jaren verbetering in gekomen.”  

Wat waren uw doelstellingen als staatssecretaris wat betreft jeugd, sport en bewegen?
“
Meer kinderen moesten voldoende gaan bewegen om gezond te blijven. Allemaal een uur per dag, anders kun je zelfs ziek worden. Nu beweegt in veel wijken en buurten maar 3 procent van de kinderen een uur. Ze komen bijna niet meer achter hun computer of de televisie vandaan. Dus heb ik ervoor gezorgd dat er meer en leukere activiteiten komen en meer partijen met elkaar werken in plaats van langs elkaar heen. Dat gebeurt helaas nog maar al te vaak. Door Centra voor Jeugd en Gezin in elke gemeente te laten werken heb ik geprobeerd meer samenhang in het jeugdbeleid aan te brengen. Het is fijn dat mijn opvolger André Rouvoet dit beleid stevig doorzet. Er is dan al aan ouders met heel jonge kinderen een goed advies te geven. ‘Beweegkriebels’ voor kinderen van 0 tot 4 bijvoorbeeld. Bewegen van voorschoolse opvang, tijdens de schooltijd en in de naschoolse opvang, en natuurlijk in de vrije tijd van kinderen, dat was voor mij heel erg belangrijk om aan te werken.” 

Onderhield u om die te bereiken nauw contact met uw collega’s van OCW?
“Jazeker! We werkten samen aan het organiseren van voldoende aanbod aan bewegen en sport. Over het algemeen was voor ons ‘de gezonde school’ het gezamenlijke doel. Het terugdringen van overgewicht is een van de belangrijkste gezondheidsdoelen voor de komende jaren. De opvoedende rol van het onderwijs is onmisbaar wanneer je goede resultaten wilt bereiken. Een gezonde en actieve leefstijl bij de jeugd is alleen te bereiken wanneer de ministeries goed samenwerken. Er is veel bereikt. Kijk bijvoorbeeld naar het enorme succes van de BOS-impuls. Hierbij is heel veel sport- en beweegaanbod ontwikkeld rondom scholen. Dit zal in de komende jaren nog verder groeien door de inzet van de combifunctionarissen. Ook is in samenwerking met bijvoorbeeld de stichtingen van Johan Cruijff en Richard Krajicek veel gedaan om sport weer in de wijk terug te brengen. Hun veldjes zijn erg succesvol. Ook de integratie van jongeren van allochtone afkomst door sport heeft een enorme impuls gekregen door actieve betrokkenheid van sportbonden.”  

Wat wilt u bereiken als directeur van NISB?
“Als directeur van NISB kan ik nog concreter werken aan het bereiken van goede resultaten. Ik kan nu mijn ideeën direct koppelen aan beleid en uitvoering. Het is ook erg uitdagend om partners te zoeken die hier aan mee willen werken. Naast het onderwijs hebben bijvoorbeeld ook gemeenten en woningcorporaties veel belang bij een sportieve en goede leefomgeving voor jongeren. Met hen werk ik dan ook graag samen. Heel belangrijk is het kinderen en jongeren zelf te betrekken bij plannen. Het gaat er tenslotte om dat zij met meer plezier gaan sporten en bewegen en dat acties goed bij hun leefwereld aansluiten. Met het programma WhoZnext  wordt succesvol aan jeugdparticipatie  gewerkt. Bij NISB richten we ons in veel projecten met name op de jeugd. Van de hele kleintjes tot en met de pubers kunnen we helpen een aanbod te verzorgen. Wat we doen is effectief en dat is voor de jeugd het allerbelangrijkste. Meer sport en bewegen draagt bij aan het verbeteren van sociale vaardigheden. Kinderen leren omgaan met winst en verlies, leren samenwerken, leren hun talenten kennen en krijgen een positiever zelfbeeld. Het verbetert de cognitieve vaardigheden en bevordert de gezondheid en voorkomt overgewicht. NISB voert campagne (30 minuten bewegen, Dubbel 30) om  de jeugd bewust te maken van het belang van sporten en bewegen. NISB richt zich op kennisoverdracht naar organisaties die met kinderen werken (scholen, gemeenten, provinciale sportraden etc) en zorgt dat zij voldoende instrumenten hebben om aan de slag te gaan. Bij NISB vind je informatie en kennis over hoe je meer sport en bewegen wilt realiseren op (brede) school, zodat kinderen meer gaan bewegen. Daarnaast zorgt NISB voor uitwisseling van ervaring tussen deskundigen uit het werkveld, door het verzorgen van workshops of schrijven van artikelen NISB heeft informatie en producten met betrekking tot actieve jeugdparticipatie, maatschappelijke stages, sportieve naschoolse activiteiten, sport en speelruimte, beweegmanagement en nog meer onderwerpen die interessant zijn voor het onderwijs.”

  

 

Nieuw boekje

12 oktober 2007

Een nieuw praktisch boekje! Als hulp en inspiratiebron. Over werken aan en in een kindcentrum. Juist voor hen die dagelijks werken voor kinderen.
Bestel het hier.

Nieuws op {Breed}

12 oktober 2007

Columns van Job

12 oktober 2007

17 oktober 2017
06 september 2017

Op de kaart

12 oktober 2007

kaart van alle Brede Scholen en IKC's. Staat u er al bij?

Twitter (breed}!

Nieuwsbrief

12 oktober 2007

{Breed}, tweewekelijks in uw mailbox! U kunt zich hier aanmelden.

javhide.com sexsut.com