Enthousiaste staatssecretaris Sharon Dijksma: 'Geen keurslijf voor de BredeSchool'

11 december 2007

'Je doet het uiteindelijk allemaal voor de kinderen'

"Wanneer we vanuit Den Haag met een soort keurslijf voor de BredeSchool komen aanzetten gaat het helemaal mis. Dan maken we van wat nu mooi en ontspannen is een harnas. Het is heel belangrijk dat BredeScholen vormvrij, veelkleurig en veelvormig zijn", zegt staatssecretaris Sharon Dijksma (Onderwijs) met nadruk in een uitgebreid vraaggesprek met BredeSchool.nl. Ze stimuleert de ontwikkeling van de BredeSchool, zonder van bovenaf te willen bepalen hoe die er precies uit moet zien. "Een BredeSchool op het platteland kan heel anders georganiseerd zijn dan een BredeSchool in het hart van een grote stad. Het leuke is dat een BredeSchool vaak aansluit bij wat een buurt echt nodig heeft."

Staatssecretaris Dijksma, die de Tweede Kamer 6 december 2007 de beleidsbrief ‘Brede Scholen bieden kansen’ - een indrukwekkend overzicht van genomen en te nemen maatregelen – heeft gestuurd, is oprecht enthousiast over de BredeSchool. "Dat heeft te maken met het gevoel dat BredeScholen kinderen zoveel meer kunnen bieden dan ze (soms) van huis uit meekrijgen. Dat heb ik in de praktijk ervaren. In Rotterdam, waar ze experimenteren met de verlengde schooldag, krijgen kinderen een fantastisch, rijk aanbod dat onder meer bestaat uit muzieklessen, theater en sport. Het is daar bovendien zo georganiseerd dat leerkrachten en schoolleiders ontlast worden, zodat ze zich kunnen bezighouden met hun primaire taken. Zo sla je twee vliegen in één klap." Dijksma spreekt van een 'enorme, positieve kruisbestuiving'. "Je merkt dat allerlei organisaties die bij de BredeSchool betrokken zijn, op deze manier ook echt ín de school komen."

"Laat duizend bloemen bloeien, zeg ik wel eens. Dat is op dit moment zelfs letterlijk van toepassing op het concept, want er zijn ongeveer duizend BredeScholen in het primair onderwijs. De groei zet door. Aan het eind van deze kabinetsperiode moeten er zo'n 1600 BredeScholen zijn. Dat heeft de Tweede Kamer in een motie vastgelegd en daaraan houden we ons. We sluiten echter niet uit dat er nog veel meer bijkomen, omdat de ontwikkelingen razendsnel gaan. Bovendien stimuleren we die nog eens met allerlei extra maatregelen." De bewindsvrouw stelt bijvoorbeeld 23 miljoen euro beschikbaar om knelpunten in de huisvesting te helpen oplossen. "De bedoeling is dat er lokale coalities komen, zodat er ook financiering komt van gemeenten of woningbouwcorporaties of gemeenten én woningbouwcorporaties. Het bedrag dat ik beschikbaar stel heeft een aanjaagfunctie. Als iedereen meedoet ontstaat een vermenigvuldigingseffect. Het ministerie van Financiën is erg geïnteresseerd in het concept van publiek-private financiering en zou graag zien dat die ook binnen het onderwijs nadrukkelijker een plek krijgt." Daarnaast heeft ze in de beleidsbrief de komst van een steunpunt voor de BredeSchool aangekondigd, omdat er grote behoefte is aan specialistische, op de lokale situatie toegesneden deskundigheid. Het steunpunt, dat samengevoegd wordt met het Service Centrum Onderwijshuisvesting, moet een aanspreekpunt zijn voor scholen en gemeenten en actieve ondersteuning bieden. Eerder al heeft ze, samen met haar collega Jet Bussemaker van VWS en haar collega's op OCW geld gestoken in het realiseren van 2500 combinatiefuncties. "Ook die maatregel bevrijdt leraren van regellast, waardoor ze zich helemaal kunnen concentreren op hun eigenlijk werk. Deze en alle andere maatregelen samen geven een verdere impuls aan de BredeSchool."

'Meer dan een gebouw alleen'

De samenwerking van het onderwijs met de kinderopvang en de peuterspeelzaal binnen de BredeSchool is volgens de staatssecretaris heel belangrijk, maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor de jeugdzorg. "Er is veel voor nodig om kinderen die extra begeleiding nodig hebben echt te kunnen steunen. Als leraren een probleem signaleren kunnen ze dat vaak niet zelf oplossen. Ze lopen tegen een muur van regels en organisaties op. Wanneer iemand van de jeugdgezondheidszorg deel uitmaakt van de BredeSchool en in hetzelfde gebouw zit is er ineens wel een goed aanspreekpunt. Zo beperk je niet alleen risico's, maar zorg je er ook voor dat kinderen kansen kunnen grijpen." Ze heeft de ervaring dat het voor BredeScholen makkelijker is om een verbinding met de omgeving te leggen. "Sommige BredeScholen zitten in prachtige multifunctionele gebouwen, die overdag voor onderwijs gebruikt worden, maar op andere momenten voor bijvoorbeeld bewonersbijeenkomsten. Daardoor worden ze een verbindend element en dat is prachtig. Je merkt dat nu veel multifunctionele accommodaties, waaronder hele grote, uit de grond gestampt worden. We mogen echter niet vergeten dat de BredeSchool meer is dan een gebouw alleen. De volgende stap die heel veel onderwijsorganisaties en hun partners zetten is nadenken over wat deze ontwikkeling betekent voor de inhoud van het onderwijs en bijvoorbeeld de doorlopende leerlijn. Moet die beginnen in het voorschoolse traject bij kinderen van 2 tot 4 jaar, die misschien wel een taalachterstand hebben en hoe ga je dan verder?" Een door Dijksma ingestelde taskforce probeert praktische oplossingen aan te dragen wanneer zich problemen aandienen. "Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar de arbeidsvoorwaarden van mensen met een combinatiefunctie om te voorkomen dat ze gedoe krijgen. Dat geldt ook voor het werkgeverschap. In principe is dat ondergebracht bij het onderwijs, maar dat moet wel eenduidig zijn en betekent niet dat alle medewerkers ook uit het onderwijs afkomstig moeten zijn."  Opgetogen zegt Dijksma: "Staatssecretaris Bussemaker van VWS zet het gehele budget voor de breedtesport in via de BredeSchool. Ik hoop dat er een nauwe samenwerking ontstaat met de sportverenigingen en de professionals die daar lesgeven. Basisscholen kampen soms met een gebrek aan mensen die het bewegingsonderwijs kunnen vormgeven en door samen te werken is die problematiek misschien voor een deel op te lossen. Dan kunnen de kinderen weer lekker sport krijgen. Hoewel de bevoegdheidskwestie van gymleren hier helemaal buitenvalt, knoop ik wel graag oplossingen voor verschillende problemen aan elkaar. Ik ben heel erg voor het nemen van gerichte maatregelen die een heel groot effect hebben en veel problemen tegelijk aanpakken."

Onderzoek
De BredeSchool is begonnen in achterstandswijken in steden om kinderen meer kansen te geven, maar ontwikkelt zich nu ook razendsnel op het platteland. Het ministerie van OCW gaat de komende tijd door met langjarig onderzoek naar het maatschappelijk rendement van de BredeSchoolontwikkeling is. "Wij hebben het gevoel dat het rendement groter is dan velen denken. Er is nog weinig op bewijzen gestoeld (evidence based) onderzoek gedaan naar de betekenis van de BredeSchool. We baseren ons tot nu toe mede op buitenlands onderzoek, maar ook de eerste voorzichtige conclusies in Nederland zijn heel hoopgevend. Het is natuurlijk wel zo dat het uiteindelijke rendement per locatie verschilt, afhankelijk van de wijze waarop een BredeSchool is ingericht." Dijksma wil graag dat er straks voor haar opvolger een document klaarligt dat precies aangeeft het hoe groot het rendement is. "Een doorstart na deze kabinetsperiode moet gebaseerd zijn op gedegen onderzoek, want in het verleden hebben we heel veel geld gestoken in zaken die achteraf niet hebben opgeleverd wat ervan werd verwacht. Dat moeten we voorkomen. Het grote verschil met die andere zaken is dat de BredeSchool een ontwikkeling is die uit het onderwijsveld zelf komt. Het leuke is dat een van de grote voorlopers op dit terrein Henk Pijlman, mijn oude leraar geschiedenis, is. Hij is begonnen met de Vensterscholen in Groningen en de ontwikkeling daar is mede bepalend voor mijn beleid. Mijn oude basisschool is een van de mooie Vensterscholen."

Buitenschoolse opvang
"In principe heeft 97 procent van de scholen afspraken gemaakt over de buitenschoolse opvang, maar in de praktijk is het - door wachtlijsten en huisvestingsproblemen - zeker in de grotere steden vaak lastig helemaal aan de wet te voldoen. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met overmacht en onwennigheid", legt staatssecretaris Dijksma uit. Ze geeft een voorbeeld: "De aanvraag voor de uitbreiding van een gebouw komt terecht bij de wethouder van VROM, wiens afdeling soms niet precies weet wat de urgentie is. Dat weet alleen de onderwijswethouder, maar die gaat niet over bouwvergunningen. Om die reden hebben we een vrij stevig actieplan in elkaar gestoken om aan de problemen in de buitenschoolse opvang snel een einde te maken. We willen de scholen en de kinderopvanginstellingen niet alleen laten staan. Ik vind het belangrijk dat de regeling die we hebben getroffen zich niet alleen meer concentreert op nieuwbouw, maar ook op renovatie. In oude stadsharten kun je niet zomaar een nieuw gebouw neerzetten. Door samen te werken en te praten met bijvoorbeeld woningbouwcorporaties, kunnen we creatieve manieren zoeken om problemen met de opvang of het vormen van BredeScholen ook daar mogelijk te maken. Als er één ontwikkeling is die kans biedt om meer verbinding te leggen tussen buitenschoolse opvang, kinderopvang, peuterspeelzalen en het onderwijs is dat wel de BredeSchool. Tot nu toe hebben we alleen maar positieve signalen gekregen. Woningbouwcorporaties willen graag maatschappelijk ondernemen en zien de BredeSchool als een langetermijninvestering die de leefbaarheid binnen de wijken waar ze opereren ten goede komt."
Dijksma heeft inmiddels ook een aantal nieuwe, hele grote multifunctionele BredeSchoolgebouwen bezocht. Opgelucht zegt ze: "Ze delen faciliteiten, maar ik zie dat de intimiteit en de identiteit van de scholen behouden blijven. Omdat men bijvoorbeeld kiest voor een eigen ingang van de school, een eigen kleur en kleinere afgesloten gebieden. Dat is zeker wanneer het bijzonder en het openbaar onderwijs samen in één BredeSchool zitten vaak belangrijk." De staatssecretaris gelooft dat de samenwerking zeker in die grotere accommodaties wel eens lastig kan zijn. "Mijn gevoel is dat naarmate men meer moet samenwerken er meer kansen kunnen worden gegrepen. Wanneer je een gebouw deelt ben je ook op elkaar aangewezen en moet er onderling vertrouwen zijn. Natuurlijk zullen er scheidslijnen zijn tussen bijvoorbeeld het onderwijs aan de ene en de zorg of de kinderopvang aan de andere kant, maar het is heel belangrijk die grenzen over te gaan en te overbruggen omdat samenwerking veel voor kinderen kan beteken. Uiteindelijk ontdek je van elkaar dat je het allemaal voor datzelfde kind doet en dan gaan de samenwerking vaak hartstikke goed."

Klik hier voor de beleidsbrief 'Brede Scholen bieden kansen' [PDF]

Nieuw boekje

11 december 2007

Een nieuw praktisch boekje! Als hulp en inspiratiebron. Over werken aan en in een kindcentrum. Juist voor hen die dagelijks werken voor kinderen.
Bestel het hier.

Nieuws op {Breed}

11 december 2007

Columns van Job

11 december 2007

17 oktober 2017
06 september 2017

Op de kaart

11 december 2007

kaart van alle Brede Scholen en IKC's. Staat u er al bij?

Twitter (breed}!

Nieuwsbrief

11 december 2007

{Breed}, tweewekelijks in uw mailbox! U kunt zich hier aanmelden.

javhide.com sexsut.com